Doorgaan naar hoofdcontent

Ontzieligen


Nee, u bent niet terecht gekomen bij het Uitvaartcentrum waar de zojuist overleden persoon zijn ziel laat gaan. U bent gewoon in uw eigen omgeving waar u enkele malen per dag zou kunnen luisteren naar de nieuwste campagne van de stichting ideële reclame (kortweg Sire). Met het onderwerp “aardig zijn tegen onbekenden”. Is daar nu behoefte aan vraagt u zich af?

Jawel, Sire heeft onderzocht dat 78% van de Nederlanders vindt dat we aardiger moeten zijn tegen onbekenden. Let op: Onbekenden!

Dus hoe we tegen buren, familie, vrienden of leraar zijn maakt niets uit, het gaat hier, nogmaals, om onbekenden.
Dat is de rechtvaardiging van deze ideële stichting voor het opzetten van deze campagne.

Dus als Marcel van Dam de volgende keer zijn boek “De onrendabelen van onze maatschappij” komt promoten op de Televisie, zal deze stichting hem op de vingers tikken. Immers, hij is onaardig, zeer onaardig zelfs tegen een grote groep onbekenden!
Foei.

Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook nog dat 14 procent zich helemaal geen raad weet als een onbekende een aardig gebaar maakt. Dus wanneer we aardig zijn tegen een onbekende en hij slaat niet meteen terug, is 17 procent zelfs ronduit achterdochtig.

Onbekend maakt dus onbemind.
Niets nieuws onder de zon, wat de boer niet kent eet-ie niet en ga zo nog maar even oer- Hollands door.

Wat wel nieuw is? Dat dezelfde mensen die in de jaren ‘70 het hardst riepen als ze een scheet lieten: “moet kunnen” nu willen dat wij allemaal aardiger zijn, manieren tonen, elkaar waarderen.

Voorbeeldje?
Guusje ter Horst, hoofd van de Binnenlandse huishouding, roept op om waarden en normen hoger te waarderen en geeft als voorbeeld, en nu citeer ik, “...dat er bovenmatig gedronken wordt door de mensen (de grote groep onbekenden) en dat dit slecht is voor de gemeenschapszin.”
Huh??
Nu ken ik wel het woord “overmatig” drinken wat zoiets betekent als te veel drinken.
Mevrouw ter Horst wilt u alstublieft wat aardiger zijn tegen onbekenden?”

Of, ja nu ben ik op dreef, de media zendtijd die door de overheid misbruikt wordt, deze dagen vlak voor Carnaval, om op te roepen vooral voorzichtig te zijn, omdat het koud is. (de voorspelling voor het Carnavalsweekend is een temperatuur van -5 graden Celsius overdag). Zet de knuffelpaal maar alvast klaar!

Reuze aardig hoor. Goed geluisterd naar de campagne van Sire! Maar, en nu kom ik waar ik wezen wil, mogen wij dat alstublieft zelf bepalen? Kom op zeg!

Dit is een pleidooi voor het ontzieligen van de Nederlandse maatschappij.
Ergens is er een pechvogel, een onbekende onrendabele, of hup meteen 15 politici en journalisten er omheen.
Als zelf opgeworpen woordvoerders van de zieligen krikken ze zo even lekker hun eigen ego op.

Maar wij weten dat het doodknuffelen van deze mensen helemaal niet aardig is. Het is denigrerend, en bepaald niet stimulerend. Of zoals Rutte het zegt:”kijk naar wat de mensen wel kunnen!” Kijk dat is pas aardig.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Funky Nassau

Een Blog over een cadeautje aan jezelf. Dansen! Sinds 6 jaar dans ik twee keer per week bij Bruce Dance Factory in Eindhoven. En dat is goed voor de conditie, de ontspanning, de energie en levenslust. maar vooral: dat gevoel!!   Het gevoel dat je krijgt als je regelmatig danst bij Bruce Dance Factory (BDF) laat zich misschien wel het beste beschrijven als   ´ Funky Nassau ’. Open deze link terwijl je verder leest.  https://www.youtube.com/watch?v=XOann4GOpm8   Vandaag had ik een gesprek met de oprichter en eigenaar van BDF, Bruce Yanez, na de maandagochtend dance work out. De aanleiding was een uitdagende choreografie,  waar zowel Bruce als wij helemaal in op gingen, daar spraken we na de les verder over. ‘Welke inspiratie zagen wij vanochtend Bruce?’ ‘Voor de les dacht ik even heel sterk aan mijn moeder’ vertelde Bruce, ‘en als vanzelf had ik de choreografie voor de les gebaseerd op haar’. ’Hoe zit dat dan Bruce was je moeder danslerares?’ Ha, ha,

Zelfredzaam

  Opgroeiende in de jaren 70 ontwikkelde ik mijzelf in de richting van zelfredzaamheid. In de opbouwjaren na de 2 e wereldoorlog werden wij als jeugd in Nederland geconfronteerd met de harde werkers om ons heen en de familieleden met hun verhalen over de 2 e wereldoorlog en de wederopbouw. Voor zeuren, klagen of een vorm van contemplatie was geen plaats. Hard werken was geboden, immers de generatie die ons opvoedde had de oorlog meegemaakt, had geleden en kende een arbeidsethos vanuit het harde bestaan.  Als jong meisje leerde ik dat meehelpen op alle fronten geboden was. Iedereen deed wat hij kon en dan nog iets meer. De school en de leerstof stonden hierin niet centraal, wel moest je natuurlijk een diploma halen maar welk diploma en of dit bij je persoonlijkheid hoorde, daar werd niet over gesproken.  Het was een tijd van hard werken maar ook van elkaar opzoeken, verhalen uitwisselen om zo het bestaan vorm te geven. De oudere generatie bepaalde de mores voor de jongere generatie,

Moederdag en nacht

's Avonds laat, net voor het slapen gaan wil ik nog even contact hebben met mijn moeder. Daarom loop ik dan even naar buiten. Dan kijk ik naar de sterrenhemel. Ik kijk omhoog en vraag: ’zie je me?’ en ik geloof dan dat ze daar aan de bar zit met mijn vader. In de sfeer van de vijftiger jaren, met een cocktail in de hand. Ze is gelukkig. Onbezorgd. Het is een andere dimensie die ik kan aanraken als ik naar de sterrenhemel kijk. Terwijl ik hier gewoon op aarde mijn leven leid, ben ik verbonden met iets daarbuiten. De tijdloze verbondenheid met mijn moeder vertaalt zich in de sterren aan de hemel. Dat zal misschien wel de bedoeling zijn van de sterren. Want immers als je ze ziet zijn ze al lang gestorven. Op dat moment, als ik naar buiten loop stel ik mij in contact met de oneindigheid en bestaat er geen tijd meer. Van moeder op dochter en daarna. Want een moeder geeft de tijd aan haar dochter, en de dochter geeft weer de tijd aan haar dochter. Het is een eindeloze verbintenis