Doorgaan naar hoofdcontent

Praten met de dove schilder





Al zeventien jaar komt in het voorjaar Dave, de dove schilder bij ons langs om te kijken welk onderhoud aan binnen- en buitenwerk hij voor ons kan gaan doen. Hij werkt bij een schildersbedrijf en vult zijn salaris aan door bij particulieren schilderwerk te verrichten tussen half vijf en half acht. Omdat hij niet afgeleid wordt door omgevingsgeluiden werkt hij die drie uren geconcentreerd en vakkundig door. Nou ja, we beginnen het eerste half uur meestal met een kopje koffie en een gesprek, dat zich het best laat omschrijven als zwemmen op het droge. We wapperen beide behoorlijk met onze armen, en als hij goed op dreef is vertelt hij vaak over een klus die hij net achter de rug heeft. Tegenwoordig begeleidt hij zijn uitleg met foto’s in zijn smartphone, vooral voor hem een enorme verrijking. Hij is doof geboren en ik ben gewend geraakt aan zijn uitspraak. Een spons bijvoorbeeld spreekt hij uit als ‘pons’,  ‘schuren is ‘guren’. ‘Afgespat’ is ‘afgepat’ en ga zo maar door. Onze gesprekjes koester ik vanwege zijn enorme geestdrift en vooral, gevoel voor humor. Zo hebben we code woorden voor dingen die we ooit samen hebben meegemaakt. Gewone dingen hoor, zoals met onze loodgieter die zo klein is dat hij amper boven de tafel uitkomt. Dave en ik noemen hem al 15 jaar consequent, ‘de kabouter’ en dichten de man allerlei ongelukjes toe. Als een muur een zwarte veeg vertoont dan zegt hij ‘oh is de kabouter weer langs geweest’ want de loodgieter is dan wel een vakman maar zwaait ook heel onhandig met een ladder. Ondanks de ruime oefening, gezien zijn lengte.

Dus. Stel je een lange tanige man voor van middelbare leeftijd. In zijn oren twee zichtbare dikke gehoorapparaten waar hij wel aan prutst maar waar naar mijn idee niet veel muziek in zit. Deze lange tanige man, beschrijft alles wat hij meemaakt tot in detail. Vandaag vertelt hij over zijn aankoopproces bij de verfhandel. Hij had een bepaalde kleur vernis nodig voor een klus, en dan ga ik er voor zitten want dertig minuten lang doet hij het hele aankoopproces na. De verfhandelaar roept hij tot leven door met een ruim gebaar het postuur te schetsen. En dan komen de producten in de verfhandel tot leven. De verfhandelaar beveelt hem een bepaald pigment aan, in zakjes, die de kleur van het vernis doen verdiepen. De zakjes worden door onze schilder in de lucht gescheurd, blikje vernis openen, poeder er in de lucht langzaam bijstrooien, roeren, ruiken, en dan in de lucht aanbrengen of de kleur goed is. Nee, vingerwijst hij, niet goed. Dan gaat er nog wat poeder in de lucht erbij, vertelt en laat hij zien hij hoe de verfhandelaar nog een kistje open doet, nieuwe zakje aan hem geeft, en dan begint de uitleg van voren af aan, zakje openscheuren in de lucht, beetje bij de vernis, roeren,  in de lucht aanbrengen of de kleur goed is. En dan steekt hij lachend zijn duim omhoog. De kleur is goed. Wat een intense beleving, denk ik dan, ik stel me voor dat de wereld van de dove mens behoorlijk saai is. Nou niet de wereld van onze schilder hoor.

Hij liet mij gisteren een foto van een Citroën Dyane zien uit de jaren zeventig die hij gespot had onderweg ergens, met zijn smartphone. ‘Mijn eerste auto’ zei hij vol trots, en ik kon hem ook een foto van mijn eerste auto presenteren: een Citroën Deux Chevaux. Dat werd een gesprek van, u raadt het al, dertig minuten over auto’s. Vinger omhoog, zijn smartphone er weer bij, liet hij een andere auto zien: ’Ass- ton –Martin!  riep hij uit, ‘bij mijn broer!’ Zijn broer heeft een sterrenrestaurant vandaar. We waren het er over eens dat het een zeer mooie auto was, en hij wees op zijn auto die op onze oprit stond en stelde tevreden vast: ‘wolkswagen met kinderen naar Zeeland veel beter’. Dat beaamde ik. Hij begon aanstalten te maken richting het te verven object: ons voorraam. Terwijl hij dat deed keek hij schalks achterom en zei:’K ga beginnen anders verdien ik die Ass-ton-Martin nooit bij elkaar!’ Hij nam het laatste slokje koffie, smakte wat proevend met zijn mond, keek er een beetje zuur bij en vroeg toen:’poederkoffie?’

Ja, dat had ik kunnen verwachten van een man die zo zintuiglijk leeft, de koffie voor het espressoapparaat was op en ik had hem voor het eerst in zeventien jaar ouderwetse filterkoffie gegeven. ‘Nee hoor, het is gewoon echte koffie’ en ik voelde me eigenlijk wel wat beledigd, poederkoffie, stel je voor! Hij ging aan het werk en ik dacht nog even over zijn koffie opmerking na. Zeventien jaar heeft hij van onze koffie genoten en heeft niet geweten, gehoord, dat het uit het luidruchtige espressoapparaat kwam. Maar dat hoeft ook helemaal niet, hij proeft het verschil.

Met deze dove schilder is er door de jaren heen een aparte deal ontstaan. Zoals u weet komt hij in het voorjaar en schildert dan bijvoorbeeld wat kozijnen of deuren. Maar het echte werk vindt in de zomer plaatst. En dat is onze bijzondere deal. Hij knapt onze keuken, zitkamer of serre op terwijl wij op vakantie zijn. En dit doet hij voortreffelijk inclusief de smetteloze aanblik als wij weer thuis komen van vakantie. Zijn vrouw heeft namelijk als een extra service dan ook nog even alles schoongemaakt, of zoals dat in hun termen heet ‘zuivergemaakt’. Als wij blij met het resultaat hem complimenteren en uitbetalen, gaat hij de volgende dag van het verdiende geld zelf met zijn gezin op vakantie in Zeeland.  Met de wolkswagen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Funky Nassau

Een Blog over een cadeautje aan jezelf. Dansen! Sinds 6 jaar dans ik twee keer per week bij Bruce Dance Factory in Eindhoven. En dat is goed voor de conditie, de ontspanning, de energie en levenslust. maar vooral: dat gevoel!!   Het gevoel dat je krijgt als je regelmatig danst bij Bruce Dance Factory (BDF) laat zich misschien wel het beste beschrijven als   ´ Funky Nassau ’. Open deze link terwijl je verder leest.  https://www.youtube.com/watch?v=XOann4GOpm8   Vandaag had ik een gesprek met de oprichter en eigenaar van BDF, Bruce Yanez, na de maandagochtend dance work out. De aanleiding was een uitdagende choreografie,  waar zowel Bruce als wij helemaal in op gingen, daar spraken we na de les verder over. ‘Welke inspiratie zagen wij vanochtend Bruce?’ ‘Voor de les dacht ik even heel sterk aan mijn moeder’ vertelde Bruce, ‘en als vanzelf had ik de choreografie voor de les gebaseerd op haar’. ’Hoe zit dat dan Bruce was je moeder danslerares?’ Ha, ha,

Zelfredzaam

  Opgroeiende in de jaren 70 ontwikkelde ik mijzelf in de richting van zelfredzaamheid. In de opbouwjaren na de 2 e wereldoorlog werden wij als jeugd in Nederland geconfronteerd met de harde werkers om ons heen en de familieleden met hun verhalen over de 2 e wereldoorlog en de wederopbouw. Voor zeuren, klagen of een vorm van contemplatie was geen plaats. Hard werken was geboden, immers de generatie die ons opvoedde had de oorlog meegemaakt, had geleden en kende een arbeidsethos vanuit het harde bestaan.  Als jong meisje leerde ik dat meehelpen op alle fronten geboden was. Iedereen deed wat hij kon en dan nog iets meer. De school en de leerstof stonden hierin niet centraal, wel moest je natuurlijk een diploma halen maar welk diploma en of dit bij je persoonlijkheid hoorde, daar werd niet over gesproken.  Het was een tijd van hard werken maar ook van elkaar opzoeken, verhalen uitwisselen om zo het bestaan vorm te geven. De oudere generatie bepaalde de mores voor de jongere generatie,

Moederdag en nacht

's Avonds laat, net voor het slapen gaan wil ik nog even contact hebben met mijn moeder. Daarom loop ik dan even naar buiten. Dan kijk ik naar de sterrenhemel. Ik kijk omhoog en vraag: ’zie je me?’ en ik geloof dan dat ze daar aan de bar zit met mijn vader. In de sfeer van de vijftiger jaren, met een cocktail in de hand. Ze is gelukkig. Onbezorgd. Het is een andere dimensie die ik kan aanraken als ik naar de sterrenhemel kijk. Terwijl ik hier gewoon op aarde mijn leven leid, ben ik verbonden met iets daarbuiten. De tijdloze verbondenheid met mijn moeder vertaalt zich in de sterren aan de hemel. Dat zal misschien wel de bedoeling zijn van de sterren. Want immers als je ze ziet zijn ze al lang gestorven. Op dat moment, als ik naar buiten loop stel ik mij in contact met de oneindigheid en bestaat er geen tijd meer. Van moeder op dochter en daarna. Want een moeder geeft de tijd aan haar dochter, en de dochter geeft weer de tijd aan haar dochter. Het is een eindeloze verbintenis