Doorgaan naar hoofdcontent

Kamer van Koophandel


In de 17 jaar dat ik een eigen bedrijf heb ben ik nog nooit bij de Kamer van Koophandel (KvK) geweest. Dat zou op zich een volledige makke aan mijn kant kunnen zijn. Je betaalt immers een jaarlijkse bijdrage, dus waarom daar niet van genieten?
En dat is nou precies de kern. Genieten. Kijkt u even met mij mee?

Ik parkeer mijn auto op de parkeerplaats die schuin op een helling naar beneden ligt richting parkeergarage voor de medewerkers van de KvK.
Dus als klant parkeer ik mijn auto schuins richting afgrond om het zomaar te zeggen. Ik vond dat geen fijn begin. Nadat ik onevenwichtig mijn pumps bij het uitstappen op de helling had geplaatst wurmde ik mij uit de auto en zocht verwachtingsvol een bordje met de tekst ”welkom” misschien of “ingang”. Een natuurlijke reflex lijkt mij zo. In geen velden of wegen te bekennen.
Dus ik kluunde tegen de helling op stak mijn hoofd boven het maaiveld uit en bewoog richting sigarettenlucht, want dat leek mij een indicatie van ingang of uitgang of zelfs een combinatie hiervan. Dat klopte. Enkele in hemdsmouwen gehulde jongemannen stonden lekker te paffe. Voor de ingang waar ik als klant dus graag naar binnen wilde. Dat lukte.

Bij een balie meldde ik mij en na te hebben uitgelegd wat ik kwam doen mocht ik gaan zitten aan een leestafel met recente tijdschriften. ”er komt zo iemand bij u”.
Er was een koffie automaat met gratis koffie. Dus daar maakte ik dankbaar gebruik van en wist na een slok meteen ook waarom het gratis was. Maar goed ik behoor tot de verwende groep Nespresso drinkers.

Wat ik er nog even bij moet vertellen is het volgende. Het was 12.45 uur. Need I say more? Qua ondernemerschap wel een handig tijdstip, míjn lunchpauze. Maar het was natuurlijk ook hún lunchpauze. En het was verdomd stil in het gebouw. Heel stil.
En u raadt het al, dat bleef het tot 13.30 uur.
Maar toen kwam er ook prompt en stipt leven in de Brouwerij. Hele hordes mensen stroomden binnen en weldra meldde zich een jongeman bij mij. Rond de 28 jaar schat ik zo. Kreeg keurig een hand, hij mompelde zijn naam zodat ik die in ieder geval niet hoorde, en vroeg mij mee te gaan.

Dus ik in het kielzog van een breed overhemd en dito transpiratiegeur richting bespreekkamer.
Een kale kamer was het met niks aan de wanden maar wel een Hydro gecultiveerde Yuca. Zeker meeverhuisd uit de jaren 70. Gelukkig wordt mijn geld hier niet over de balk gesmeten. Nu was de reden van mijn komst een hele simpele. De tenaamstelling van mijn bedrijf moest een lichte aanpassing ondergaan.

Ik zal u verdere details besparen maar na een half uur op een extra voor de klant neergezette tweede beeldscherm te hebben meegekeken met ’s mans verrichtingen bekroop mij een onprettig gevoel.
“Waarom duurt het zo lang?” vroeg ik toen maar. Hij keek verbaasd op. “ja kijk maar ik ben er nog hoor” dacht ik vals.
“Nou dat zit zo, we hebben verschillende systemen te openen om de verandering door te voeren”. Ik merkte snugger op ”en dan moet u iedere keer weer al mijn gegevens opnieuw intypen?” “Ja, de systemen zijn niet met elkaar verbonden dus dat duurt even”. Zucht. Pompedepompedepom.

Bingo. “mevrouw ik moet nu even iets met mijn collega overleggen moment graag...” Daar ging het naamloze overhemd met in zijn kielzog zijn odeur. Na 10 minuten werd ik nieuwsgierig en dacht “er zal toch niets met de man gebeurd zijn?” Dus ik trad buiten het kantoor, en waarschijnlijk ook buiten mijn bevoegdheden en ging poolshoogte nemen. Daar was ie. Overleg met een man in overhemd én een jasje. Duidelijk superieur. Niks collega, gewoon de baas die het wel snapte.
Oeps hij kwam terug. Zitten. Handen zedig in mijn schoot. “mevrouw het is allemaal in orde, als u dat wilt kan ik het ook meteen aanmelden bij de Belastingdienst dat scheelt u weer.” KIJK dat was de ware mentaliteit. Let op: de man was binnen enkele seconden in het hart van de Belastingdienst. Echt waar. En dan bedoel ik niet de website waar we het niet leuker kunnen maken, maar dan bedoel ik de website waar het kennelijk wél kan.

“zo mevrouw hier heeft u het bewijs, nog even tekenen graag en dan is alles in orde”. In orde? In orde? Ik ben zojuist getuige geweest van een fenomeen. Zou het kunnen? De Kamer van Koophandel als loket van de Belastingdienst. Dus als je een bedrijf opricht en je gaat goedgemutst de helling op en schrijft je in, weet de Belastingdienst meteen alles. Want je hebt natuurlijk enthousiast je plannen ontvouwd bij het KvK overhemd. “oh ja mevrouw? Zo en vertelt u eens, maakt u dan al winst?” en je antwoord ligt al in de catacomben van de Belastingdienst nog voordat je de starters aftrek hebt ontdekt laat staan hebt toegepast. De KvK als loket van de Belastingdienst. Leuker kunnen we het niet maken. Echt niet.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Funky Nassau

Een Blog over een cadeautje aan jezelf. Dansen! Sinds 6 jaar dans ik twee keer per week bij Bruce Dance Factory in Eindhoven. En dat is goed voor de conditie, de ontspanning, de energie en levenslust. maar vooral: dat gevoel!!   Het gevoel dat je krijgt als je regelmatig danst bij Bruce Dance Factory (BDF) laat zich misschien wel het beste beschrijven als   ´ Funky Nassau ’. Open deze link terwijl je verder leest.  https://www.youtube.com/watch?v=XOann4GOpm8   Vandaag had ik een gesprek met de oprichter en eigenaar van BDF, Bruce Yanez, na de maandagochtend dance work out. De aanleiding was een uitdagende choreografie,  waar zowel Bruce als wij helemaal in op gingen, daar spraken we na de les verder over. ‘Welke inspiratie zagen wij vanochtend Bruce?’ ‘Voor de les dacht ik even heel sterk aan mijn moeder’ vertelde Bruce, ‘en als vanzelf had ik de choreografie voor de les gebaseerd op haar’. ’Hoe zit dat dan Bruce was je moeder danslerares?’ Ha, ha,

Zelfredzaam

  Opgroeiende in de jaren 70 ontwikkelde ik mijzelf in de richting van zelfredzaamheid. In de opbouwjaren na de 2 e wereldoorlog werden wij als jeugd in Nederland geconfronteerd met de harde werkers om ons heen en de familieleden met hun verhalen over de 2 e wereldoorlog en de wederopbouw. Voor zeuren, klagen of een vorm van contemplatie was geen plaats. Hard werken was geboden, immers de generatie die ons opvoedde had de oorlog meegemaakt, had geleden en kende een arbeidsethos vanuit het harde bestaan.  Als jong meisje leerde ik dat meehelpen op alle fronten geboden was. Iedereen deed wat hij kon en dan nog iets meer. De school en de leerstof stonden hierin niet centraal, wel moest je natuurlijk een diploma halen maar welk diploma en of dit bij je persoonlijkheid hoorde, daar werd niet over gesproken.  Het was een tijd van hard werken maar ook van elkaar opzoeken, verhalen uitwisselen om zo het bestaan vorm te geven. De oudere generatie bepaalde de mores voor de jongere generatie,

Moederdag en nacht

's Avonds laat, net voor het slapen gaan wil ik nog even contact hebben met mijn moeder. Daarom loop ik dan even naar buiten. Dan kijk ik naar de sterrenhemel. Ik kijk omhoog en vraag: ’zie je me?’ en ik geloof dan dat ze daar aan de bar zit met mijn vader. In de sfeer van de vijftiger jaren, met een cocktail in de hand. Ze is gelukkig. Onbezorgd. Het is een andere dimensie die ik kan aanraken als ik naar de sterrenhemel kijk. Terwijl ik hier gewoon op aarde mijn leven leid, ben ik verbonden met iets daarbuiten. De tijdloze verbondenheid met mijn moeder vertaalt zich in de sterren aan de hemel. Dat zal misschien wel de bedoeling zijn van de sterren. Want immers als je ze ziet zijn ze al lang gestorven. Op dat moment, als ik naar buiten loop stel ik mij in contact met de oneindigheid en bestaat er geen tijd meer. Van moeder op dochter en daarna. Want een moeder geeft de tijd aan haar dochter, en de dochter geeft weer de tijd aan haar dochter. Het is een eindeloze verbintenis